| abstract
| - Joden spreken de naam JHWH nooit uit, uit respect voor de heiligheid van God en omdat de juiste uitspraak onbekend is; zie uitleg verderop. In plaats daarvan worden de volgende titels voor God gehanteerd:
* Adonai - mijn Heer; deze wordt gehanteerd bij plechtige voorlezingen (in gebeden etc.)
* Elohiem of in dagelijks gebruik Elokiem (zie ook de paragraaf Uitspraak)
* Hakadosj Baroech Hoe - De Heilige, Gezegend is Hij (in religieus-orthodoxe kringen)
* Hasjeem - de Naam; meest gebruikte versie in dagelijks, niet-plechtig gebruik
* El(i) - de eerst-bekende naam
* Adosjem - de rabbijnen zijn echter voor afschaffing van deze versie en geven de voorkeur aan "Hasjem"
* Sjaddaj
* Adonai Tsevaot - HEER der heerscharen (NBG) - HEER van de hemelse machten (NBV)
* Jah
* Eljon
* Sjalom
* Sjechina
* Ehje Asjer Ehje
* God, net zoals anderen het zeggen. Religieuze joden schrijven de laatste naam meestal zonder de 'o' omdat ook deze naam, wanneer geschreven, niet uitgewist mag worden. Daarom wordt G-d vaak met een streepje (of, naar het Hebreeuws, met apostrof als G'd) geschreven. Leviticus 24:16 bepaalt dat het lasteren van Gods Naam moet worden gestraft met de dood door steniging. Ook dit kan een reden zijn waarom men Zijn Naam niet uitspreekt.
- JHWH ist der Eigenname Gottes im Alten Testament und in der Thora. Er bezeichnet dort meist einen Gott, der Mensch und Tier niedermetzelt und nur Speichellecker verschont. Erst mit zunehmender geistiger Reife und dem Beginn seiner Vaterschaft kommt in der Bibel sein mildes und gnädiges Wesen verstärkt zum Vorschein. Seit diesem Zeitpunkt verwendet er daher den nickname JHWH nicht mehr und läßt sich nur noch mit "Gott" bzw. "Herr" oder "Vater" ansprechen. Der Name JHWH ist also aus christlicher Sicht streng genommen eine Karteileiche und wird meist nur noch von Menschen mosaischen Glaubens verwendet.
|