Het ministerieel besluit noemt vier verleningscriteria, het zijn
* uitzonderlijke verdiensten jegens de krijgsmacht die incidenteel van aard zijn,
* individuele moed in levensbedreigende situaties,
* moedig optreden in conflictsituaties in vredestijd, en
* bijzondere verdiensten van Nederlandse en buitenlandse civiele en militaire autoriteiten. In 2002 noemde Minister[Benk Korthals op advies van de Commissie "toekomst decoraties van de Minister van defensie" ook "exceptionele activiteiten voor de Nederlandse krijgsmacht" als grond voor het verlenen van het ereteken.
Het ministerieel besluit noemt vier verleningscriteria, het zijn
* uitzonderlijke verdiensten jegens de krijgsmacht die incidenteel van aard zijn,
* individuele moed in levensbedreigende situaties,
* moedig optreden in conflictsituaties in vredestijd, en
* bijzondere verdiensten van Nederlandse en buitenlandse civiele en militaire autoriteiten. In 2002 noemde Minister[Benk Korthals op advies van de Commissie "toekomst decoraties van de Minister van defensie" ook "exceptionele activiteiten voor de Nederlandse krijgsmacht" als grond voor het verlenen van het ereteken. Het ereteken wordt in zilver of goud toegekend. Het ereteken heeft de vorm van een oude vesting. Men heeft voor een oud-Nederlands stelsel, zoals dat er tot de beroemde Nederlandse vestingbouwer Menno van Coehoorn er in de late 17e eeuw wijzigingen in aanbracht, gekozen. De slotgracht van de zeshoekige vesting is in blauwe emaille weergegeven. In het midden van de vesting zijn de symbolen van drie van de vier krijgsmachtonderdelen afgebeeld. Het zijn de klimmende leeuw met zwaard en pijlenbundel van de Koninklijke Landmacht, een onklaar anker van de Koninklijke Marine en vliegende adelaar van de Koninklijke Luchtmacht. De granaat van de Koninklijke Marechaussee ontbreekt. Aan de keerzijde staat in reliƫf de woorden "KONINKRIJK DER NEDERLANDEN" en "MINISTER VAN DEFENSIE" in een uitgespaarde cirkel. Het lint waaraan de onderscheiding op de linkerborst gedragen wordt is Nassausch blauw met aan de zomen smalle strepen rood en wit waarbij de rode streep aan de buitenzijde is geplaatst. Wanneer op een uniform een baton gedragen wordt dan wordt het bezit van een Gouden Ereteken voor Verdienste door een gouden palmtak aangeduid. Men kan het ereteken ook als miniatuur op een rokkostuum dragen maar er is geen Knoopsgatversiering vastgesteld.