De kerkvaders zijn de vroege invloedrijke theologen en schrijvers in de christelijke kerk. De periode van de kerkvaders kan worden onderscheiden in de preniceaanse patristiek (100/120-325), hoogpatristiek (325-451) en de late patristiek tot ca. 750, in de Oosters-Orthodoxe Kerken tot heden). De leerlingen van de apostelen worden doorgaans tot in de tweede, soms derde, generatie Apostolische Vaders genoemd en zijn geen kerkvaders. Men noemt de kerkvaders vaak apologeten omdat zij pogen de christelijke opvatting van de wereld te legitimeren.
De kerkvaders zijn de vroege invloedrijke theologen en schrijvers in de christelijke kerk. De periode van de kerkvaders kan worden onderscheiden in de preniceaanse patristiek (100/120-325), hoogpatristiek (325-451) en de late patristiek tot ca. 750, in de Oosters-Orthodoxe Kerken tot heden). De leerlingen van de apostelen worden doorgaans tot in de tweede, soms derde, generatie Apostolische Vaders genoemd en zijn geen kerkvaders. Men noemt de kerkvaders vaak apologeten omdat zij pogen de christelijke opvatting van de wereld te legitimeren. De geschriften van de kerkvaders vormen de eerste vorm van literatuur in de vroege middeleeuwen, na de val van het West-Romeinse Rijk. De kerkvaders verdedigen de christelijke levensvisie met traktaten, geschreven in het Latijn, die handelen over theologische en filosofische vraagstukken. Deze traktaten zijn een duidelijke breuk met de Romeinse cultuur, die vooral gericht was op epicuristisch genot. De kerkvaders daarentegen leggen de nadruk op ascese en geloofsijver en beschouwen zinnelijke genoegens als nefast voor het christelijke ideaal.